FMC920 & FTC921 aansluiten
Sluit rood aan op permanente plus en zwart op massa. De gele contactdraad is standaard niet nodig, maar wel aanbevolen.
Deze handleiding beschrijft de standaardkabel met vijf draden. Controleer eerst de modelnaam op het etiket: de FMC920 en FTC921 lijken qua aansluiting op elkaar, maar hebben een verschillend spanningsbereik. GeoSat levert de simkaart en configuratie voorbereid; wijzig geen instellingen zonder overleg.


Controleer eerst jouw model
| Model | Toegestane voeding | Belangrijk |
|---|---|---|
| FMC920 | 10–30 V DC | Voor o.a. 12 V- en 24 V-installaties |
| FTC921 | 10–90 V DC | Ook hogere spanning, uitsluitend binnen dit bereik |
Een FMC920 mag nooit rechtstreeks op 48 V of een hogere voedingsspanning worden aangesloten. Bij elektrische voertuigen moet een vakbekwame installateur de juiste voedingsbron kiezen; werk niet zelf aan een hoogspannings- of tractiebatterij.
De vijf draden uitgelegd
| Draad / pin | Functie | Aansluiting |
|---|---|---|
| Rood • 1 | Voeding (+) | Permanente plus via een zekering |
| Zwart • 2 | Massa (−) | Accumin of het daarvoor voorziene massapunt |
| Geel • 3 | DIN1: contactdetectie | Optioneel, aanbevolen: echte geschakelde plus na contact. Verwittig GeoSat bij aansluiting. |
| Grijs • 4 | AIN1: analoge ingang | Alleen voor een afgesproken sensor of toepassing |
| Wit • 5 | DOUT1: digitale uitgang | Alleen voor een afgesproken relais of uitbreiding |
Voor de standaardinstallatie volstaan rood en zwart. We raden de gele contactdraad aan voor een duidelijke detectie van contact aan en uit.
Sluit je de gele draad aan? Laat het ons weten. GeoSat moet de configuratie hierop afstemmen. Geef ons het toestelnummer door en vermeld dat de contactdraad aangesloten is.
Laat ongebruikte draden los en isoleer elke draad afzonderlijk. Verbind ze niet met elkaar of met massa.
Bij de FTC921 kunnen pinfuncties via de configuratie gewijzigd zijn. Bovenstaande tabel geldt voor de standaardbezetting; controleer bij een afwijkende configuratie eerst het meegeleverde schema.
Aansluiten in 6 stappen
- Bereid voor. Zet het contact uit. Controleer model, voedingsspanning en kabelschema. Volg de voertuigvoorschriften en laat de aansluiting bij twijfel door je garage of een installateur uitvoeren.
- Sluit rood aan op permanente plus. Gebruik een geschikte voedingsaansluiting bij de accu of zekeringkast. Deze moet ook bij contact uit aanwezig blijven, nadat de voertuigelektronica in slaapstand is gegaan. Voorzie een externe zekering van 3 A, met een spanningswaarde geschikt voor de installatie, dicht bij de voedingsbron.
- Sluit zwart aan op massa. Gebruik accumin of een door de voertuigfabrikant voorzien massapunt. Kies geen willekeurige bout; een slechte massa veroorzaakt uitval of onbetrouwbare werking.
- Sluit eventueel de gele contactdraad aan. Meet met een multimeter: contact uit = geen spanning; contact aan = voedingsspanning. Het signaal moet ook tijdens starten aanwezig blijven. Gebruik een echte contactvoeding, niet zomaar een accessoirevoeding (ACC). Verwittig GeoSat zodra je deze draad aansluit, zodat wij de configuratie kunnen aanpassen.
- Isoleer de overige draden en plaats het toestel. Kies een droge, beschutte plek onder een kunststof deel, bijvoorbeeld achter het dashboard bij de voorruit. Richt bij de FMC920 de etiket-/antennezijde naar de hemel. Vermijd metaal boven de antenne, airbags, hitte en bewegende delen. Zet alle kabels vast.
- Test buiten. Controleer een recente positie in GeoSat. Zet het contact aan en uit en controleer de contactstatus als deze functie voorzien is. Maak een korte testrit en controleer de nieuwe positie en beschikbare ritinformatie.
Extra aansluitingen: alleen met het juiste schema
De grijze draad leest een analoog signaal: ze is geen voedingsuitgang. De witte draad is een schakeluitgang en levert geen positieve voedingsspanning. Sluit hier geen startmotor of brandstofpomp rechtstreeks op aan. Een startonderbreker vereist een passend relais, correcte beveiliging en een installatie door een vakbekwame installateur volgens het specifieke GeoSat-schema.
Geen positie of verkeerde contactstatus?
Controleer de zekering, permanente voeding en massa. Test buiten met zo weinig mogelijk metaal boven het toestel. Staat de contactstatus altijd uit of aan? Controleer de gele draad en laat GeoSat nagaan of de ingestelde detectie overeenkomt met de aansluiting. Geef ons het toestelnummer en het tijdstip van je test door.
Een interne back-upaccu vervangt de permanente voeding niet. Ook in rust verbruikt het toestel stroom; volg de voertuigaccu op bij langdurige stilstand. Een contactsignaal betekent bovendien niet automatisch dat de motor werkelijk draait.
GeoSat helpt je met de juiste configuratie of bespreekt met je een installatiepartner.
